Amatorski doet het zo!

20.06.2010 (9:23 pm) – Filed under: Dutch ::

Vorige week schreef Niels een post over muziekmarketing 2.0. en hoe je dankzij de digitale revolutie je carrière niet hoeft te laten afhangen van het Salomonsoordeel van de gatekeepers.

Interessant om er het verhaal van Amatorski eens tegenover te hangen. Amatorski begon een dikke twee jaar geleden toen de demootjes van songschrijver, zangeres, pianiste en gitariste Inne Eysermans de basis vormden voor een echte band: Inne, gitarist Sebastiaan, drummer Christophe (die ook actief is bij het ondertussen ook in Nederland goed onthaalde Balthazar) en mezelf op contrabas. De band begon heel rustig en zonder veel misbaar aan zijn groeipad, maar de reacties waren altijd positief. In november 2008 vond het eerste echte optreden plaats voor een bomvol huis in het lichtelijk legendarische (en om eerlijk te zijn niet ontzettend grote) Gentse concertcafé Kinky Star. Daarna eiste de muziektheatervoorstelling ‘Human Interest‘ voor een paar maanden alle aandacht van Amatorski op, met een première in Maastricht en een eervolle prijs op het ITS Festival in Amsterdam als gevolg. De volgende mijlpaal die ik me herinner is een alweer bomvolle Spiegeltent tijdens de Gentse Feesten van juli 2009.

Het groeipad van Amatorski is een perfecte weergave van de vier heel rustige en introverte persoonlijkheden achter de band en de intieme, breekbare muziek die daaruit voortkomt. Geen luidruchtige marketingcampagnes, maar rustig verderwerken vanuit een drang naar artistieke ontplooiing en evolutie. Er is ook al een tijdje een zekere online buzz over Amatorski. Ik ben zelf nogal goed genetwerkt in de Belgische (Vlaamse? een heikel punt in deze tijd) Twittergemeenschap. Dat heeft geholpen. Amatorski had eigenlijk een half jaar geleden al heel veel Facebook fans, zonder dat wij daar echt moeite voor gedaan hadden. Kwaliteitsvolle muziek verspreidde zich blijkbaar inderdaad mond-aan-mond.

De gatekeepers hebben echter wel echt voor de boost gezorgd. Cruciaal was een finaleplaats in Humo’s Rockrally, zo ongeveer de Grote Prijs van Nederland in Vlaanderen. We vielen er naast de podiumplaatsen, al hadden de Facebook- en Twitter-commentaren (en ook de gezaghebbende krant De Standaard) tijdens de live stream wel anders voorspeld. Net op dat moment zijn wij zelf ons mini-debuut gaan pluggen bij Studio Brussel. Nog een gatekeeper die het voor ons heeft gemaakt. ‘Come Home’ werd hot shot, kwam bij gevolg in high rotation terecht en belandde op 1 in de Afrekening (stemming van de luisteraars).

Ons debuut ‘Same Stars We Shared’ bevat 4 nummers die een harmonieus geheel vormen en een inkijk geven in de wereld van Amatorski. Al in de zomer van 2009 vonden we dat we toch eens met iets naar buiten moesten komen. Begin 2010 werden de plannen eindelijk concreter. Dat had veel te maken had met het aanbod van Bob Driege, de eigenaar van Vynilla, een kleinschalige maar gekoesterde platenwinkel in Gent waar Inne af en toe werkt, met uiteraard: veel vinyl. We besloten samen met Bob een 10” vinyl te releasen: een beperkte oplage van 300 exemplaren, individueel genummerd, de eerste 200 op speciaal, wit vinyl, inclusief mooi artwork en 4 tekeningen van 4 verschillende kunstenaars. Een artistiek huzarenstukje dat helemaal bij Amatorski paste. Het was reppen om alles klaar te krijgen tegen de releasedatum: 17 april, Independent Record Store Day. Er zat helemaal geen bewust marketingplan achter, maar in de aanloop van de release werden we net overspoeld door alle media-aandacht van de Rockrally. Met de net gemasterde tracks op zelfgemaakte cd’s gebrand trokken we drie dagen voor de Rockrallyfinale naar de muziekredacties van Studio Brussel en Radio Een. We werden helemaal opgepikt door de stations die het misschien voor ons zouden kunnen maken. Eigenlijk hadden we verwacht enkel geschikt te zijn voor het nicheprogramma Duyster op Studio Brussel en de rustige muziek kon misschien ook wel aanslaan op Radio 1, de nieuws- en informatiezender die ook plaats biedt voor de wat rustigere, alternatieve muziek. Tot onze eigen verbazing palmden we met Come Home echter het hele radiolandschap in, tot zelfs de ‘familiezender’ Radio 2, het favoriete radiobehang van de huisvrouw en de oma, maar dus ook wel grofweg 40 % van het marktaandeel.

Enkel het medium televisie moest er dan nog aan geloven. Vorige woensdag stonden wij in Villa Vanthilt, een beetje de Vlaamse versie van De Wereld Draait Door. Ondertussen zijn wij ook benaderd voor een sync deal voor de nieuwe Spa Blauw-campagne. Die zal Come Home ontelbare keren in alle Belgische en Nederlandse huiskamers brengen. Of hoe het verhaal van een breekbare, bescheiden nicheband helemaal onverwachte proporties aanneemt.

Heeft het online verhaal hier nu een rol gespeeld? Zeker wel. We houden het ook wel goed in het oog, hebben ons debuut eerst op Bandcamp gezet en zitten op iTunes via Tunecore. We proberen ook onze Twitter en Facebook levendig te houden, maar allemaal zonder al te opdringerig te willen zijn. Even discreet als onze muziek is dus. Moraal van het verhaal is dat de traditionele gatekeepers verantwoordelijk zijn voor de onverwachte proporties. De vinylrelease is al lang uitverkocht en we worden nu in de grote winkels verdeeld via Munich Records, in België, maar binnenkort ook in Nederland (want Munich is eigenlijk een Nederlands label). Benieuwd wat het ons uiteindelijk allemaal gaat opleveren, qua downloads en verkoop, qua rechten en wat nog meer. Daar kom ik dan nog wel eens op terug in een latere post.

<a href="http://amatorski.bandcamp.com/album/same-stars-we-shared">Come Home by Amatorski</a>

Auteursrecht: een conflict tussen de belangen van de professioneel en de amateur?

09.11.2009 (6:02 pm) – Filed under: Dutch ::

Ik zet mijn beschouwingen over het auteursrechtendebat verder na de laatste aflevering in de reeks publieke debatten en events: het gesprek dat plaatsvond tijdens Muziek Digitaal.

Tijdens deze sessie deden eigenlijk voornamelijk drie sprekers hun standpunt uit de doeken. Daarna was er nog weinig sprake van debat, niet in het minst omdat de voornaamste anti-auteursrechtstem, Joost Smiers, de zaal omwille van persoonlijke redenen moest verlaten.

Deze laatste Nederlandse professor kwam de stellingen uit zijn essay ‘Adieu auteursrecht, vaarwel culturele conglomeraten’ toelichten. Hij heeft het vooral moeilijk met het feit dat auteursrecht op dit moment de macht van wat hij noemt de culturele conglomeraten versterkt. Hij heeft het hier over de grote platenfirma’s, mediaconcerns enz. die, meestal vooral vanuit een heel mercantiel perspectief, geld investeren in artiesten of projecten. Volgens Smiers wordt deze investering precies beschermd door het auteursrecht. Als zij er voldoende promotionele middelen tegenaan gooien, krijgt hun artiest heel wat aandacht in de media en kunnen ze dankzij het auteursrecht behoorlijk snel aan de kassa passeren. Het voornaamste probleem van deze monopolistische situatie is dat het de culturele differentiatie in gedrang brengt en bij uitbreiding ook de drang tot vernieuwing en creativiteit in de meer subculturele sector van het artistieke veld.

Al hebben bepaalde monopolistische tendensen in de entertainmentsector gezorgd voor een verschraling in het culturele aanbod (denken we maar aan het gebrek aan originaliteit en authenticiteit in de hitparade), Smiers laat zich toch van zijn naïefste kant zien door te stellen dat het afschaffen van het auteursrecht alle problemen zal oplossen. Zelden is de uitdrukking ‘gooi het kind met het badwater niet weg’ meer op zijn plaats geweest.

Fabienne Brison dan. Zij schetst eerst de economische context waarin het auteursrecht in de 18de eeuw is ontstaan. Omdat het systeem van mecenaten en situaties waarin artiesten leven en zich artistiek kunnen uiten bij de gratie van hun broodheren, stilaan verdwijnt, is er behoefte aan een nieuw maatschappelijk systeem dat de creativiteit van artiesten aanmoedigt. Auteursrecht biedt artiesten een financiële bescherming die ervoor zorgt dat zij hun activiteiten professioneel kunnen uitoefenen. Een professionele artistieke sector dient immers het algemene maatschappelijke belang.

Tegenover de tegenstanders van het auteursrecht voert zij aan dat het auteursrecht weldegelijk beperkt is in de tijd en dat er tal van uitzonderingen bestaan. Volgens haar is auteursrecht geen ultiem censuurmiddel van de auteur, zoals Smiers het liet uitschijnen. Verder betoogt ze dat andere rechten, zoals het mededingingsrecht, het probleem van de culturele monopolies moeten challengen. Afschaffing van het auteursrecht is niet de oplossing.

Ze meent bovendien dat de principes van het auteursrecht overeind blijven in een digitale maatschappij. Alleen is het auteursrecht in deze tijd heel moeilijk afdwingbaar en dat ligt vooral aan het feit dat het internet de markt helemaal heeft geïnternationaliseerd, terwijl de inningsstructuren nog helemaal op een nationale leest zijn geschoeid.

Brison erkent evenwel dat het auteursrecht op een aantal punten voor verbetering vatbaar is. De internationalisering is er daar een van. Verder moet het eenvoudiger en transparanter gemaakt worden voor de gebruikers. De algemene logheid van ons rechtssysteem komt uiteraard ook de reputatie van het auteursrecht niet ten goede. Bovendien vindt ze het nodig dat de sector veel beter geïnformeerd wordt: er worden immers te veel ondoordachte meningen geformuleerd. Een gebrek aan nuancering, zeker in de media, is iets waar ook ik me al vaker blauw aan geërgerd heb.

Tenslotte komt Luc Gulinck nog eens aan het woord. Hij betoogt voornamelijk dat er sinds het ontstaan van het auteursrecht een voortdurende weging wordt gemaakt tussen materiële en immateriële eigendom. Het is maatschappelijk gezien behoorlijk evident dat een huis of een auto iemand toebehoort. Bij minder tastbare zaken zoals een idee of een muziekstuk is het veel moeilijker om de waarde daarvan te bepalen en de daarmee verbonden eigendomsrechten te gaan toewijzen. Auteursrecht probeert de waarde van immateriële eigendom vast te leggen en moet de creator van immateriële eigendom financieel beschermen. Zoals ook Brison al betoogde, stelt dat de creator in staat om zijn activiteiten op een professionele manier aan te pakken.

Volgens Gulinck wordt er vandaag langs alle kanten ingebeukt tegen het auteursrecht en worden dus bij uitbreiding de immateriële eigendomsrechten in vraag gesteld. ‘Als auteursrecht afgeschaft wordt en alle ideeën, muziek, enz. “van iedereen” zijn, zal ik dan ook maar bij jou thuis in de zetel gaan zitten?’ vraagt Gulinck zich als zelfverklaarde cryptocommunist af. Als we allemaal vrijelijk mogen gebruik maken van immateriële eigendom – of eigenlijk met auteursrecht tegelijk ook het concept immateriële eigendom ongedaan maken – waarom zouden we dat dan niet moeten doortrekken naar materiële eigendom?

Bovenal maakt Gulinck zich echter zorgen over de amateurisering van de sector. Wanneer de fundamenten van het auteursrecht ondermijnd worden, komt ook de financiële basis van de artistieke sector in gevaar. Minder geld betekent ook minder mogelijkheden om zich volledig aan zijn artistieke activiteit te wijden, met een daling van het artistieke niveau tot gevolg.

Met zijn observaties over de amateurising van de sector slaat Gulinck misschien net de nagel op de kop. Mijns insziens zorgt de digitale revolutie voor een grote dematerialiseringsoperatie. Er zijn dankzij het internet nog nooit zo veel immateriële goederen gecreëerd als nu. Iedereen blogt, filmt en fotografeert er maar op los, zit in zijn goedkope homestudio aan muziekjes te knutselen, gooit ze vol voldoening op het net en verheugt zich in de schouderklopjes van (al dan niet virtuele) vrienden. Het zijn gouden tijden voor amateurjournalisten, -fotografen en -muzikanten. Omdat er zo’n overvloed ontstaat aan immateriële goederen, daalt echter de waarde van een individueel goed: het wordt niet meer evident dat voor alle goederen betaald moet worden. Een gevolg van de economische relatie tussen prijs enerzijds en overvloed vs. schaarste anderzijds.

Is de amateurisering van de muzieksector (of de artistieke sector in het algemeen) een slechte zaak? Dat mensen steeds meer kansen krijgen om met hun ‘liefhebberij’ bezig te zijn, is maatschappelijk gezien alleen maar toe te juichen. Een en ander heeft misschien ook te maken met het feit dat de muzieksector door de toenemende ‘materialisering’ in de 20ste eeuw een beetje boven zijn normale capaciteit is uitgegroeid. Het ongrijpbare aspect van muziek werd achtereenvolgens gematerialiseerd en gecommercialiseerd door middel van partituren, fonogrammen, cassettes en cd’s, met een wat overvette muziekbusiness tot gevolg. Nu maken we allicht de tegenovergestelde golf mee: de digitalisering immaterialiseert de muziek opnieuw tot ongrijpbare bits en bytes.

Dit zal vermoedelijk leiden tot een inkrimping van de business, maar ik denk persoonlijk dat deze inkrimping vooral betrekking zal hebben op alles wat ergens rond de artistieke activiteit hangt. De vraag naar artistieke uitmuntendheid zal blijven bestaan en de toekomst voor de getalenteerde, gedreven, gepassioneerde artiest met professionele ambities zie ik minder negatief.

Ik meen echter dat het eerder conservatieve auteursrechtendiscours van Gulinck en consoorten zich niet op het juiste segment van de professionele muziekbeoefening richt. Het huidige auteursrechtensysteem consolideert voornamelijk de financiële positie van de reeds gevestigde professionele beoefenaars. Ik heb al eerder betoogd dat het huidige auteursrecht schromelijk tekort schiet in het bedienen van de nieuwe, jonge talenten die trachten de stap van amateur naar professioneel te zetten. In de huidige context (‘aandacht is de nieuwe schaarste’) is het auteursrecht veel te restrictief en daarom bedient deze jonge garde zich dan ook vaak van alternatieven zoals Creative Commons. Zoals ook reeds gezegd, is Creative Commons niet echt meer zo interessant op het moment dat je de knop wil omdraaien van ‘hoe meer het verspreid wordt, hoe beter’ naar ‘nu ben ik wel bekend genoeg, nu wil ik er stilaan centjes mee gaan verdienen en mijn investering terugwinnen’. Het verstarde auteursrecht laat dus voornamelijk de jonge veulens in de kou staan en, met alle respect voor de verwezenlijkingen van de ‘oudere garde’, het is toch in de eerste plaats van hen dat we vernieuwing en culturele creativiteit moeten verwachten.

Het is dus van algemeen gemeenschappelijk belang dat het auteursrecht herdacht en geüpdate wordt en een goede bescherming biedt voor de jonge, digitale, ‘tech savy’ generatie. Dat betekent volgens mij in de eerste plaats een flexibilisering van het auteursrecht. Het steekt me bijvoorbeeld bijzonder hard dat ik verplicht ben als lid van Sabam om mijn hele repertoire bij hen in beheer te nemen en dat zij dus ook voor elk werk tot inning overgaan. Als beginnend artiest snijd ik daarmee in mijn eigen vel. Ik wil als artiest zelf kunnen beslissen welk werk ik bij wijze van promotie vrij wil laten circuleren en voor welk werk ik wel een vergoeding wil krijgen. Ik registreer bij Sabam elk werk afzonderlijk en krijg een afrekening per werk. Hoe moeilijk kan het zijn om in de database per werk een kolom toe te voegen ‘innen/niet innen’ en om mij de mogelijkheid te geven zelf die kolom uit- of aan te vinken?

‘Het is allemaal veel moeilijker en complexer dan je denkt,’ krijg ik dan als antwoord, over het algemeen van mensen die geen flauw benul hebben over hoe een database of een computerprogramma in elkaar zit. Niet dat ik daar een specialist in ben, maar ik heb er toch een notie van. Maar het is uiteraard complex, omdat er in de wereld honderden beheersvennootschappen zijn, elk met hun eigen (allicht vaak technologisch achterhaald) systeem en het meeste gebrek aan transparantie is te wijten aan de onmogelijkheid om die systemen met elkaar te matchen (en bovendien matchen ze dan weer niet met de database van iTunes, enzovoort).

Dus ja, vereenvoudiging en internationalisering met als doel een eenvoudig, eengemaakt, internationaal systeem is de eerste prioriteit. Ik denk dat we ons hierbij vooral kritische vragen moeten stellen bij de competenties van de mensen die deze databasesystemen hebben opgezet of moeten opzetten. Als Sabamlid ben ik eigenlijk heel nieuwsgierig naar de interne keuken van de IT-afdeling. In dit tijdperk is de IT-structuur van wat in se een databedrijf is, cruciaal. Enkel de meest competente mensen zijn daar op hun plaats, zeker als dit in een internationaal perspectief wordt aangepakt. Geen geleuter meer over ‘hoe ingewikkeld het allemaal wel is’, geen excuses om zich achter te verschuilen en dan vooral niets te moeten doen. Wel een gemotiveerd, competent team dat de problemen ten volle wil aanpakken, dat een probleem als een ‘opportuniteit’ ziet, om het met de woorden van een Belgisch IT-er te zeggen.

Muziek digitaal: stop making music, start making internet

02.11.2009 (2:54 pm) – Filed under: Dutch ::

Vorige woensdag was ik aanwezig op Muziek Digitaal, een lovenswaardig initiatief van het Muziekcentrum om de muziekwereld het digitale tijdperk in te leiden.

[update: een geslaagd videoverslag van Moodio.tv:]

Inderdaad een heel nieuw tijdperk. Keynote speaker Andrew Dubber overliep nog even de geschiedenis: na de ‘oral, ‘written’, ‘print’ en ‘electric’ age, zijn we nu in de ‘digital age’ beland. Een hele aanpassing. En we kunnen maar beter zijn advies goed in de oren knopen:

Stop making music, start making internet

Dubber voerde zijn pleidooi aan de hand van een mooie parabel over een theaterdirecteur. De man heeft een succesvol theatertje en wordt plots geconfronteerd met de ontzaglijke mogelijkheden, maar ook nadelen en problemen van een nieuw technologisch snufje: televisie. Dat brengt heel wat verwarring met zich mee, zoals wij nu ook wat van ons melk zijn door de opkomst van het internet. Belangrijk is echter dat hij inziet dat de toekomst niet zit in ‘vertelevisioneerde’ theaterstukken. Televisie is een nieuw medium met zijn eigen wetten, beperkingen en mogelijkheden. Wie zich daaraan aanpast, wacht een beloftevolle toekomst. Want uiteindelijk is de theaterdirecteur niet echt goed in theater maken, hij is goed in een plot bedenken en dramatische spanning opbouwen, in het beste uit acteurs halen, enz. Die kwaliteiten leert hij aanwenden in een nieuwe context: televisie.

Op dezelfde manier moeten muzikanten hun competenties herdefiniëren in een nieuwe context. Albums opnemen is niet de core competentie van een muzikant. Hij beheerst zijn instrument, weet een publiek te boeien met een goed opgebouwde song, enz. We mogen ons niet beperken tot ‘music pointed at with internet’, net zoals de theaterdirecteur niet gebaat is bij ‘theatre pointed at with television’. Stop making music, start making internet.

Naast Dubber nog tal van andere interessante impulsen. Mijn bedenkingen over het auteursrechtendebat spaar ik op voor een stuk later deze week. Vandaag wil ik je toch nog even laten proeven van de slides van Lykle van New Music Labs. En ik voeg er ook nog even mijn korte presentatie over Motion Music Manager aan toe.

No Songs No Fun – but where’s the future?

01.10.2009 (12:17 pm) – Filed under: Dutch ::

De debatten en sessies rond auteursrecht volgen elkaar behoorlijk snel op. Eergisteren spoorde ik naar het Depot in Leuven voor de meest recente activiteit van GALM, het Genootschap Auteurs Lichte Muziek. Het meest geslaagde event tothiertoe vond ik. In het begin vreesde ik een beetje dat er weer voor een man en een paardenkop gesproken werd, maar op het einde bleek het zaaltje toch wel goed gevuld te zijn. Tijdens het ‘amusementsgedeelte’ coverden heel wat Vlaamse artiesten het werk van hun collega’s. Vooral de versie van Hooverphonics Vinegar and Salt door Gert Bettens en Gustaphs originele interpretatie van Mud Stories (An Pierlé) bleven me bij. De opkomst van het ‘gewone’ publiek (ik bedoel de niet-auteurs/artiesten) viel misschien lichtjes tegen voor dit benefietoptreden, maar ze moeten bij GALM gedacht hebben: wij gaan wat geld inzamelen door liedjes te zingen en geen oesters aanbieden op kosten van sponsors met een reukje aan.

Na een State of the Union door GALM-spreekbuis Luc Gulinck, gingen panelleden Luc Gulinck, Alex Callier, de vers aangeworven Herman Van Laar van Sabam, Guy Van Handenhove (EMI publishing, hier als vertegenwoordiger van Musicpublishers.be), Sofie Staelraeve van Open VLD en Bart Wolput van Animo in debat onder leiding van moderator Jan Leyers.

Laten we maar beginnen met de vaststelling dat Leyers uit zijn rol als neutrale moderator viel toen Animo de losse ideetjes van het Ram Sabam-actie aan de man probeerde te brengen. De filosoof-muzikant heeft allicht zelf nog te veel auteursrechten te goed om zijn geduld niet te verliezen bij het gebrek aan dossierkennis dat deze vertegenwoordiger van Jong Links tentoonspreidde. Uiteraard vertrekt dit jong politiek geweld vanuit de verzuchtingen van jonge mensen die al zelf eens een feestje willen organiseren in hun jeugdhuis en kreunen onder de financiële hamer van de Sabamcontroleur. Misschien hebben ze wel te maken gehad met een controleur die is blijven hangen in het betreurenswaardige verleden van de feodale lokale Sabamagentschappen. Het tegenvoorstel van Ram Sabam blijkt helaas heel onrealistisch. Er is bijvoorbeeld geen rekening mee gehouden dat er een verschil bestaat tussen uitvoerders en auteurs. De opwerping van Wolput dat de uitvoerders dan maar een overeenkomst moesten sluiten met de auteurs van wie ze het werk brengen, werd weggelachen. Deze jonge politicus zal duidelijk nog veel boterhammen moeten eten.

Dat het financieel niet goed gaat met de artiesten moge duidelijk zijn. Gulinck liet optekenen dat er langs alle kanten tegen het auteursrecht ingebeukt wordt en dat het inkomen van de auteur/componist alsmaar meer bedreigd wordt. Alex Callier maakt zich eveneens zorgen over de financiële toekomst. Zelfs hij als succesvol componist ontving bij de laatste afrekening maar € 600 voor 70.000 downloads van Mad About You. Er zijn dus heel wat mindere goden die snel tot de bedelstaf gedwongen zullen worden, zoals hij gisteren ook in De Morgen verkondigde. De artistieke sector vindt zichzelf ook onbegrepen en in de steek gelaten door de politiek. Artiesten worden maar zelden betrokken in het politieke debat. De aanwezigheid van twee politici tijdens dit debat was alvast een stap in de goede richting.

Sofie Staelraeve van Open VLD gaf alvast de indruk haar dossiers veel beter te beheersen dan haar collega Wolput (Dat Callier zijn inkomsten meer haalt uit auteursrechten dan uit gages van concerten bleek nochtans wel een verrassing voor haar. Jasper Erkens vertelde anders in de wandelgangen dat hij vooral teert op live optredens. Misschien moet deze jonge hond (pun intended) nog op zijn eerste grote Sabamafrekening wachten). Volgens mij maakte ze alleszins een aantal rake opmerkingen over zaken die mij persoonlijk ook wel wat storen in het GALM-discours. Ze wees er op dat er in de sector te veel gestreefd wordt naar een stand-still, alsof de situatie van een aantal jaar geleden ten allen koste gehandhaafd moet worden. Volgens Staelraeve ontbreekt het de sector aan creativiteit en toekomstgericht denken en dan bedoelt ze volgens mij vooral creatief denken op het vlak van nieuwe businessmodellen. De entertainmentsector moet volgens haar met de technologische sector aan tafel zitten en nadenken en onderhandelen over een win-winsituatie in de nabije toekomst. Mensen uit de technologiesector of met inzichten over businessmodellen in de digitale maatschappij had GALM inderdaad niet uitgenodigd en daar wringt volgens mij het schoentje. In tijden van crisis mag je je niet terugtrekken op je heuveltje (het vertrouwde auteursrecht waar het zo aangenaam vertoeven is). Wie sterk uit een crisis wil komen, moet enerzijds de schade zoveel mogelijk beperken (waar GALM wel duidelijk naar streeft), maar anderzijds ook innovatief denken en volop anticiperen op wat de toekomst brengt. De heer Gulinck is er rotsvast van overtuigd dat het auteursrecht ons moet redden, want het werkt al 100 jaar, er is uitgebreid over nagedacht, enz. Maar, mijn beste Luc, de wereld verandert en wij moeten blijven nadenken over het auteursrecht, blijven bijschaven hoe het optimaler kan werken in een digitale maatschappij waar het consumptiegedrag drastisch veranderd is. Alleen op die manier – met een gefundeerde mening over een gemoderniseerd auteursrecht – kunnen we de situatie vermijden dat er geen maatschappelijk draagvlak meer is voor auteursrecht, omdat het volgens sommigen verworden is tot een irrelevante, 100 jaar oude draak. Soms heb ik de indruk dat er voor een dergelijk debat geen plaats is in GALM, want ‘de technologiebedrijven, dat zijn de vijanden die ons de kaas van de boterham roven’. Wie overal vijanden ziet, komt meestal belabberd uit de strijd, want angst voor vijanden is altijd een slechte uitgangspositie.

Alex Callier wees er heel terecht op dat – zeker in de pers – een debat rond dit onderwerp, zeker met uistspraken uit de mond van een De Decker of Ram Sabam, elke nuance mist. Soms stel ik me toch ook vragen bij de genuanceerdheid van het debat binnen GALM. Ik heb gisteren een paar keer mijn wenkbrauwen gefronst bij uitspraken van Luc Gulinck. Ik weet bijvoorbeeld niet of ik mijn GALM-lidgeld en mijn geld bij Sabam geïnvesteerd wil zien in een lobby voor de 3-strikes-maatregel. Illegaal downloaden is een groot probleem, maar zal repressie het oplossen? Uiteindelijk zijn het onze ‘klanten’ die we daarmee straffen (Ik kwam eergisteren nog een artikel tegen met cijfermateriaal dat de mensen die het meest illegaal downloaden, ook het meest cd’s kopen, maar ik ben het toch wel vergeten bookmarken zeker…) en is dat op iets langere termijn een goede zet? Volgens Gulinck is er een Engeland een consensus ontstaan over de deugdelijkheid van het 3-strikes-model, maar ik heb daar toch net het tegenovergestelde over gelezen [Update: bij het doorlopen van het nieuws vandaag merk ik dat Luc gelijk had. Na een debat heeft de FAC besloten dat er toch een afgezwakte versie komt van het 3-strikes-model. Het is evenwel duidelijk dat de meningen verdeeld waren. Dit artikel maakt duidelijk dat Billy Bragg voor het grootste deel mijn standpunten deelt]. Hij beweerde ook dat het sluiten van de Pirate Bay in Zweden voor een daling van illegale downloads heeft gezorgd en dat het echt niet te laat is om de illegale downloads juridisch te bestrijden. Ik hoor echter vaak dat de piraterij niet te bestrijden valt omdat er voor elke site die afgesloten wordt, wel weer een nieuwe op het toneel verschijnt. Dan geloof ik persoonlijk meer in een – jawel, toekomstgerichte! – technologie zoals Spotify. De CEO van Spotify liet onlangs weten dat uit cijfermateriaal blijkt dat er in landen waar Spotify op de markt is, het aantal illegale downloads is gedaald. Misschien is de daling in Zweden wel daar aan te wijten en niet aan de sluiting van de Pirate Bay (of allicht gewoon aan de combinatie van beiden)? Spotify spreekt uiteraard voor zijn eigen winkel, maar ik investeer mijn toekomst als artiest en mijn geld toch liever in goede onderhandelingen tegenover een dergelijk initiatief dan in het repressieve 3-strikes-model. Dat bedoel ik met toekomstgericht denken aan nieuwe businessmodellen. Ik ga niet zeggen dat Spotify de hemel op aarde is. Er is al gezegd dat vooral de majors een interessante deal hebben met Spotify en dat de artiesten opnieuw in de kou zullen blijven staan. Maar dat heeft allicht met de wet van de grote getallen te maken: Spotify begon zijn onderhandelingen met de grote vissen en ik hoop gewoon dat de kleine visjes ook een interessante deal kunnen sluiten. Daar zie ik dus liever de energie van artiestenverenigingen naar toe gaan: win/win-situaties afsluiten met partijen die een geweldige technologie voorzien, eerder dan een juridische slag uit te vechten die ons allicht niet veel verder helpt. Want vanuit gebruikersperspectief is Spotify wel de hemel op aarde. Ik heb het een paar weken uitgeprobeerd en heb me daarvoor – ja, volstrek illegaal – moeten uitgeven voor Engelsman. Conclusie: onovertroffen gebruiksgemak (niet te vergelijken met P2P-netwerken waar ik jaren geleden wel al eens iets op gezocht heb) en een ongelooflijke rijke catalogus. Toen de testperiode voorbij was, had ik nog kunnen zitten klungelen met allerlei technische trucjes van VPN-tunnels en proxies. Maar dat had ik er uiteindelijk niet voor over, ik wilde gewoon die tien pond per maand betalen. Maar dat ging niet, want mijn Belgische visakaart werd geweigerd. Ik ging tenslotte nog altijd door voor een Engelsman, want vanuit België kan je zelfs nog geen betalende account opzetten. Conclusie: nog maar eens frustratie van consumentenzijde. Ik zie al veel muziekliefhebbers denken: die klojo’s van Sabam houden Spotify in België tegen met hun belachelijk auteursrecht, ik zal nog maar wat illegaal downloaden. Ze moeten mijn geld blijkbaar toch niet hebben. De muziekconsument opvoeden, allemaal goed en wel. Ik zal wel weer een te idealistisch pedagoog zijn als ik vind dat educatief verantwoord speelgoed beter werkt dan kinderen in de hoek zetten.

Wat mij ook al een paar keer geërgerd heeft, is Gulincks geringschattende uitlatingen over Creative Commons. In het Depot luidde het alweer: ‘Dat zijn hersenspinsels uit de academische wereld voor mensen die geen geld willen verdienen met hun werk’. Marco Raaphorst zal wel even anders piepen. Hij komt aan de kost als muzikant/auteur en werkt enkel met Creative Commons. Welke fortuinen heeft Trent Reznor van Nine Inch Nails nu ook al weer verdiend, sinds hij met Creative Commons werkt? Opnieuw beweer ik niet dat Creative Commons de hemel op aarde is, want ik heb de ins en outs van het systeem nog niet bestudeerd. Maar ik heb de indruk dat Gulincks hooghartige oordeel ook niet gebaseerd is op jarenlang onderzoek. De flexilibiliteit ervan lijkt me alleszins beter aangepast aan deze tijden dan het erg rigiede auteursrecht. Het huidige auteursrecht werkt heel goed voor artiesten die al op publieke belangstelling kunnen rekenen, maar voor beginnende artiesten lijkt het me op dit moment eerder een beperking. Onlangs belde een vriend me in alle onwetendheid op of hij zich, nu hij nummertjes had geschreven, moest aansluiten bij Sabam. Tot mijn grote spijt moet ik bekennen dat ik het hem heb afgeraden. Ik vond dat hij zich voorlopig beter kon beperken tot de klassieke truc van de aangetekende brief aan zichzelf.

Als ik me dan toch even uit de losse pols aan een analyse mag wagen? Volgens mij zijn er drie essentiële aspecten in het succesvol exploiteren van een creatief goed: attributie, verspreiding en ‘monetizing’ (uit gebrek aan een beter Nederlands woord). Het eerste aspect bestaat erin dat de auteur van een werk als dusdanig erkend wordt, dat daar respect voor wordt opgebracht en vooral dat niemand anders zich dat werk onrechtmatig toeëigent (en beweert dat het van hem is, om het eenvoudig te zeggen). Dat is volgens mij de enige ethische basis van ieder auteursrecht en geen enkel rechtschapen mens zal dat in vraag stellen. Het traditionele auteursrecht regelt de attributie perfect en Creative Commons even goed. Maar op zich is die aan jezelf geaddresseerde aangetekende brief hiervoor al voldoende. Al de volgende stappen echter zijn eigenlijk niet meer dan een businessmodel. En daar zit het grote verschil tussen Creative Commons en traditioneel auteursrecht. De erg controlerende, onflexibele regelgeving van traditioneel auteursrecht houdt de verspreiding van werken van beginnende artiesten eerder tegen dan dat ze ze vooruithelpt. Eenmaal je je bij Sabam aansluit, is het principe immers dat voor elk gebruik van het werk toestemming gevraagd moet worden, dat wil zeggen, betaald worden. Als absolute nobody tussen de miljoenen nobodies is dat niet zo’n goede uitgangspositie. Eerst wil je investeren, eventjes geen geld verdienen, vooral veel aandacht krijgen om dat in een later stadium om te zetten in een financiële opbrengst. Aandacht is de nieuwe schaarste in deze nieuwe digitale wereld waar we met content om de oren worden geslagen. In een vroeg stadium van een muzikale carrière is verspreiding belangrijker dan monetizing (want zonder verspreiding geen monetizing). Als eerder onbekend artiest heb ik dan meer baat bij een Creative Commons licentie, waarmee mijn werk naar hartelust verspreid, hergebruikt en geremixt wordt, zolang de attributie maar correct verloopt en ik er naamsbekendheid door krijg. Maar op een bepaald moment wil ik natuurlijk wel in de monetizationfase terechtgekomen. En Gulinck heeft wel een punt dat Creative Commons op dat moment niet de ideale oplossing is. Bij Raaphorst en Reznor lukt het blijkbaar wel, maar het is toch niet evident. Als je als artiest aan de kassa wil passeren (waar je na bepaalde inspanningen toch wel zeker recht op hebt!) kun je maar beter van het traditionele auteursrecht gebruik maken. Daarom is het huidige systeem ook geweldig goed voor de Alex Calliers en Kris Wautersen van deze wereld. Fase 2 (aandacht en verspreiding) zijn ze al voorbij. Daar hebben de dollars van de platenmaatschappijen voor gezorgd en dat bedoel ik allerminst als verwijt. Zo werkte het vroeger nu eenmaal: mensen met talent werden opgepikt door mensen met geld en je werd volop gepromoot op radio en televisie. Het aantal kanalen was beperkt en je kocht gewoon de aandacht. Nu is het aanbod aan kanalen ontelbaar veel groter en het is ontzettend moeilijk om de aandacht nog vast te krijgen. De minimale instapkost is veel kleiner (of zelfs nul) maar ook de kans op slagen is ontzettend veel kleiner. Dat is zelfs een probleem voor een Alex Callier, die nog kan genieten van een faam uit het verleden, maar voor beginnende artiesten is het nog zo veel moeilijker. Creative Commons is efficiënter dan het traditionele auteursrecht voor fase 2, maar de klik naar de monetizing, daar zit vandaag de dag het essentiële probleem voor de artiest met professionele ambities.

Daarom dat ik zou willen pleiten voor een debat over een hervorming van het auteursrecht. We moeten een manier vinden waarmee we de voordelen van beide systemen kunnen combineren. Dat is een debat waarvan ik vind dat het in de schoot van GALM gevoerd zou moeten worden. Dat is wat ik verwacht van mijn lidmaatschap en lidgeld, eerder dan dat we daarmee mensen, van wie ik op dit moment al blij zou zijn dat ze mijn muziek op zijn minst kennen, van het internet gaan afsluiten. Het is me immers nog altijd niet duidelijk waar de standpunt van ‘de artiesten’ die GALM vertegenwoordigt, vorm krijgt. Ik geef toe, misschien moet ik hier niet zagen en mijn mond opentrekken tijdens het debat in het Depot en moet ik gewoon op Gulinck afstappen om over dingen te discussiëren. Maar voor geesten als de mijne heeft het verbale geweld van debatten waar snappy gebadineerd wordt met al dan niet kromme analogieën over cola en fruitpap ook iets te weinig nuance. Ik geef het toe: ik ben vooral een auteur, en minder een uitvoerend kunstenaar.

Muziek digitaal: nu inschrijven

14.09.2009 (9:39 pm) – Filed under: Dutch ::

Ik heb dit al eerder aangekondigd, maar nu kun je ook inschrijven en is het volledige programma gekend. Bovendien kun je ons van Motion Music Manager ook een bezoekje brengen in de Startup Corner.

Hieronder volgt het bericht van de organisatoren.

Studiedag Muziek Digitaal

Op 28 oktober 2009 organiseert Muziekcentrum Vlaanderen in de Beurschouwburg (Brussel) i.s.m. het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media de studiedag “Muziek Digitaal”. De studiedag focust op muziek in het digitale tijdperk: hoe beïnvloedt de opkomst van digitale technologie de (re)productie, distributie en consumptie van muziek?

Meer dan twintig sprekers uit Vlaanderen, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaan in op thema’s als nieuwe inkomstenmodellen, auteursrecht in het digitale tijdperk, online promotie en marketing, de relatie tussen computergames en muziek, het profiel van eindgebruikers en het potentieel van mobiele digitale technologie voor de muzieksector. Doorheen de studiedag zullen ook jonge internetondernemers die werken rond muziek zichzelf voorstellen in de Startup Corner. De studiedag wordt afgesloten door een toespraak van Vlaams Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege.

Het volledige programma vind je op www.muziekdigitaal.be/programma.

Praktisch

De studiedag vindt plaats op 28 oktober 2009 van 9u30-19u00 in de Beursschouwburg te Brussel. Inschrijven kan via www.muziekdigitaal.be/inschrijven. Het inschrijvingsgeld bedraagt 30 euro. Snel zijn is de boodschap, want het aantal plaatsen is beperkt!

Meer info: www.muziekdigitaal.be

Engelse muzikanten en componisten doen duidelijke uitspraken over de huidige muziekindustrie

04.09.2009 (11:09 am) – Filed under: Dutch ::

Mijn stuk over Sabam is nog maar net koud en ik lees bij Music Ally een duidelijk statement van Engelse artiesten, componisten en producers, verenigd in drie organisaties: The Featured Artists Coalition, British Academy of Songwriters, Composers and Authors en de Music Producers Guild.

Zij spreken zich onverbloemd uit over de acties die de overheid plant om peer-to-peer ‘piraterij’ tegen te gaan.
“Een scenario waarin P2P-activiteiten gemonitord worden en overtreders verwittigd en uiteindelijk bestraft worden, dragen niet bij tot een levendige, functionele, eerlijke en competitieve muziekmarkt. De voorstellen die op tafel liggen getuigen van een mindset die mijlenver verwijderd is van wat er leeft in de publieke opinie en bij de consument.”

Ik weet niet zeker of die drie organisaties representatief zijn voor wat er effectief leeft bij de Engelse artiesten, maar ze komen alleszins eendrachtig en progressief denkend naar buiten. Het stemt me alleen nog des te droeveriger dat men in ons landje niet verder raakt dan een wat kinderachtig gehakketak tussen de verschillende belangenorganisaties en beheersvennootschappen. Iedereen beweert de belangen van de artiest te verdedigen, maar voorlopig wordt er enkel geruzied tussen de partijen onderling.

Het loont alleszins de moeite om de volledige Englse tekst te citeren.

Response to the Department for Business Innovation & Skills Consultation on Legislation to Address Illicit Peer-to-Peer (P2P) File-Sharing from the Featured Artists Coalition (FAC), British Academy of Songwriters, Composers and Authors (BASCA) and the Music Producers Guild (MPG)

The above organisations, who between them represent the people who write, perform and produce music believe that the protection offered by copyright to recording artists, composers and songwriters is vital if the UK is to continue to be at the forefront of the global music industry. Copyright serves to nurture the writer and artist and those who invest in their creativity.

However we have serious reservations about the content and scope of the proposed legislation outlined in the consultation on P2P file-sharing. Processes of monitoring, notification and sanction are not conducive to achieving a vibrant, functional, fair and competitive market for music. As a result we believe that the specific questions asked by the consultation are not only unanswerable but indicate a mindset so far removed from that of the general public and music consumer that it seems an extraordinarily negative document.

The very fuzzy estimates for the annual benefits of such legislation (£200 million per year) make clear that such estimates are based firmly upon the premise that a P2P downloaded track equals a lost sale. This “substitutional” argument is, in reality, no more than “lobbyists’ speak”: it has little support from logic and no economist would seek to weave such a number into a metric aimed at quantifying a ‘value gap’ for the industries challenged by P2P.

In contrast to the lack of any credible evidence for the size of the substitutional effect, there is evidence that repeat file-sharers of music are also repeat purchasers of music, movies, documentaries etc. Recent research by MusicAlly has demonstrated the continued popularity of the CD as the purchased product of choice by many music fans. This combined with the continued significance of the CD in the revenue balance of record labels, suggests a much more complex equation in which file-sharing may erode sales, but where it may also promote other revenue streams. For this reason it is dangerous to view the downloading of music as the direct online equivalent of CD sales.

Of equal concern are those elements of the consultation that estimate the cost of implementing the proposals. The estimate of between £65 and £85 million for the first year contained in the consultation is likely to be a gross underestimate of how much such a system will actually cost owing to the complicated nature of the system proposed. This figure (if just compared with recorded music) represents somewhere between 10-15% of the market value after accounting for fixed costs such as CD manufacturing and staffing and, in the light of our comments above, is clearly disproportionate to any possible benefit. Even if the music industry is expected to fund only 50% of this cost, it is still disproportionate to any possible new revenues based on the system proposed.

Much online activity surrounding the sharing of music often coincides with a great deal of fan support for the artist concerned. The centrality of the artist in the new music ecology is such that the lobbying by labels to continue to try to sue or sanction music fans must be placed in a broader context of those fans’ behaviour. It must also be seen in the context not of the loss to a particular business constituency but whether it represents a real loss to the economy as a whole.

A file-sharing fans’ economic contribution to an artist’s career may focus around the purchase of merchandise and tickets to live concerts – the irreplaceable experiences which contribute to artists’ success, even though this will not compensate the creators of the music and lyrics directly unless they are also performers. The loss of appetite for the purchase of CDs is not mono-causal and cannot be blamed on file-sharing alone. The increasing competition for the recorded music fan’s pound that comes from the purchase of other products such as video games, and DVDs all contribute to a shift in spending on recorded music. This shift in focus does not necessarily mean that overall the creators’ revenue is reduced, nor that the UK economy is negatively impacted.

What the consultation’s proposals singularly fail to do is differentiate between the downloading and sharing of music by music fans, on a non-commercial basis, and those who seek financial gain or commercial advantage from such activity. This second group of “commercial” P2P users and facilitators should be pursued with the full force of the law as is the case with illegal CD plants in the offline world. Ordinary music fans and consumers should not be criminalised because of the failings of a legacy sector of business to adapt sufficiently fast to new technological challenges.

Looking backward for insight into how we adapt mass-production product models to the digital age of access and services has been a major obstacle to progress over the past decade. We must begin to look forward to business models that we cannot even imagine yet.

As creators’ representatives we are willing to be partners with government in exploring and navigating the opportunities and challenges brought by digital technologies. What we will not be a party to is any system that alienates our members’ existing audience and potential new audiences.

We see forward looking developments such as the Digital Britain Test Beds being sponsored by The Technology Strategy Board as key opportunities to remove the blinkers of the music industry incumbents and welcome the innovators to ensure some progress in this sector of the market.

In the light of the above we vehemently oppose the proposals being made and suggest that the stick is now in danger of being way out of proportion to the carrot. The failure of 30,000 US lawsuits against consumers and the cessation of the pursuit of that policy should be demonstration enough that this is not a policy that any future-minded UK government should pursue.

Sabam infosessie: digitale rechten

02.09.2009 (3:56 pm) – Filed under: Dutch ::

Vorige maandag organiseerde Sabam een infosessie om wat meer tekst en uitleg te verschaffen over de problematiek van de digitale rechten en allerlei andere zaken waarbij Sabam de laatste weken niet bepaald positief in de belangstelling kwam.

Deze sessie kaderde in de doelstellingen van het hervormingsproject dat bij Sabam aan de gang is onder de naam Allegro. Er zijn drie belangrijke doestellingen:

  • de rendabiliteit verhogen
  • de verkoop van licenties centraliseren (zoals ik het begrijp slaat dat op het afschaffen van de regionale vertegenwoordigers die als zelfstandige zo veel mogelijk gaan innen, met alle misbruiken en frustraties over arbitrariteit tot gevolg)
  • betere relaties met de leden

Deze infosessie beantwoordde dus vooral aan de laatste doelstelling: beter communiceren met de leden door te zorgen voor goede informatie.

De weg is allicht nog lang: ik schat dat er zo’n zestig mensen aanwezig waren. Heel weinig auteurs volgens mij, zeker geen bekende namen (in vergelijking met het Younison event bijvoorbeeld). Wel de incrowd van Sabams grijsaards (naar men me vertelde, want het was voor mij ook de eerste keer), veel publishers en de meeste artiesten werden blijkbaar vertegenwoordigd door hun managers. De manager van Arid en Gorki gaf algemeen directeur Christophe Depreter alvast de raad om een dergelijke sessie niet om 10 u ’s ochtends in Brussel te organiseren, als ze wilden hopen dat er meer artiesten komen opdagen. GALM was goed vertegenwoordigd, van Younison zag ik niemand.

Mijn persoonlijke conclusie: er werd met veel getalletjes gegoocheld om inzicht te geven in wat er de vorige jaren is gebeurd (dat blijft uiteraard wel belangrijk). Over een toekomstvisie heb ik niet zo veel gehoord. Tussen de regels door kon je ook wel lezen dat het kleine Belgische Sabam een veel te onbetekenende speler is om het in een onderhandeling te kunnen opnemen tegen, ten eerste, haar zusterorganisaties en, ten tweede, grote tech bedrijven (denken we maar aan het YouTubeverhaal).

Ik wil toch een aantal interessante dingen op een rijtje zetten. Ik ben niet 100% zeker of ik alle cijfers juist genoteerd heb. Het was al een goed idee geweest als de Powerpointpresentatie van die voormiddag online werd geplaatst. Als Sabam de communicatie met haar leden wil verbeteren, moet ze misschien een blog starten met het laatste nieuws (met RSS feed), de presentatie naar Slideshare uploaden en inbedden op die blog?

Eerst iets over de inningen van digitale rechten. Voor muziek zijn er vier belangrijke inkomstenstromen. Downloads neemt het leeuwendeel (80%) daarvan in. Beltonen zorgt ook nog voor heel wat inkomsten. Verrassend: de inkomsten van streaming en podcasting zijn bijna verwaarloosbaar. Is streaming niet de toekomst, zeker als we binnenkort met onze mobiele toestellen voortdurend aan het internet hangen? Spotify, Last.fm? Sabam loopt uiteraard altijd wat achter (ergens onvermijdelijk, maar zou dat geen goed werkpunt zijn om op iets langere termijn het rendement van de organisatie te verhogen?) en ze zijn dan alvast de strijd met YouTube aangegaan. De onderhandelingen liepen sinds 2007, het machtige YouTube/Google had niet veel zin om tegenover deze Belgische garnaal met geld over de brug te komen en Sabam wist niet beter dan een rechtszaak aan te spannen. Vandaag slaat Sabam een mea culpa omdat ze er niet aan dacht om de auteurs die op de lijst staan in deze zaak op voorhand te verwittigen (betere communicatie met de leden is inderdaad een werkpunt). Het is alleszins een voldongen feit dat YouTube de desbetreffende video’s van haar website haalde (zonder dat dat de expliciete vraag was van Sabam, maar van de andere kant: wat moet YouTube anders doen als ze voor de rechter wordt gedaagd? Het komt natuurlijk YouTube heel goed uit dat zij met die actie ook in het vel snijdt van de artiest en de reputatie van Sabam in de publieke opinie schaadt).

Kortom, met streaming staan we nog niet ver. Terug naar de downloads dus. Op de Belgische markt heeft iTunes zo goed als een monopolie met 80%. Andere spelers zijn Nokia, Musiwave, 7Digital en eMusic. In een eerste fase werden de auteursrechten voor de Belgische iTunes store geïnd door de Franse zustermaatschappij Sacem. Gevolg: het doorsturen van de betaling aan Belgische artiesten liep een serieuze vertraging en tussen de regels kunnen we ook lezen dat de betalingsstaten ook verre van doorzichtig waren. Sinds 2007 heeft Sabam een rechtstreeks contract met iTunes. Wel even verduidelijken dat dit enkel gaat over wat er vanuit België gedownload wordt in de iTunes store. Uit het publiek kwam dan ook de vraag hoe het zit met het Belgisch repertoire dat in het buitenland wordt gedownload. Hier moeten we helaas vertrouwen op de buitenlandse zustermaatschappijen van Sabam, die onduidelijke informatie geven, heel weinig uitkeren en bovendien alles op één hoopje gooien, digitale en niet-digitale inkomsten. De prioriteit van Sabam is het Belgische repertoire in België beschermen (vandaar de rechtstreekse deal met iTunes). Meer dan dat is blijkbaar een te ambitieus plan.

Een ander interessant topic (en heet hangijzer) was de vergoeding voor de thuiskopie. Op dit moment zijn de tarieven auteursrecht die je als consument betaalt op de kostprijs van digitale dragers en apparaten (o.a. lege cd’s en dvd’s en de respectieve schrijvers) bepaald in een KB, dat dateert uit 2004. Bovendien zijn een heel aantal toestellen zoals harde schijven, iPods en andere mp3-spelers nog vrijgesteld. Het leeuwendeel aan omzet van inningen in deze categorie is te danken aan de verkoop van lege cd’s en dvd’s. Die markt zakt uiteraard stilaan in en normaal gezien komt er dit jaar nog een herziening van het 5 jaar oude KB.

De voornaamste eye opener was voor mij echter wat deze vergoeding opbrengt voor de auteur: gemiddeld € 0,04 per cd. Terwijl een reguliere cd (officieel uitgebracht en gekocht in een winkel, niet gekopieerd) gemiddeld € 1,25 opbrengt. Een snelle rekensom leert ons dat dit billijk is als 1 op 30 lege cd’s muziek bevatten die de consument anders regulier in de winkel had gekocht.

Maar hoe worden die digitale inkomsten nu uitgekeerd aan de leden van Sabam? In 2007 waren 63% van de uitgekeerde bedragen terug te voeren op downloads en 32% op ringtones. 54% van de inkomsten ging naar Sabamleden en 19% naar de zusterorganisaties (voor buitenlandse auteurs dus). Dat wil zeggen dat 26% nog niet werd uitgekeerd, om de simpele reden dat nog niet bekend is wie recht heeft op die gelden. Het is dan ook interessant om de technische procedure eens te bekijken. In concreto wordt de database van Apple (met iTunes de belangrijkste speler) gematcht met die van Sabam. Bij heel wat songs is dat niet voldoende voor herkenning en worden de rechten voorlopig niet uitgekeerd, maar ‘gereserveerd’. Bij songs met meer dan 20 downloads wordt er tot manuele matching overgegaan. Na een paar maanden komen die songs dan ook wel in de automatische matching terecht. De trieste vaststelling is echter dat slechts 4 à 5% van de rechthebbenden meer dan € 25 overhouden aan digitale rechten. En dat deze groep 96 tot 98% van de totale rechten vertegenwoordigt.
Er kwam vervolgens een vraag uit de zaal of die databases dan enkel gematcht worden via de titel en niet op basis van de ISRC codes (international standard recording code). Het antwoord was even wat verwarrend, maar uiteindelijk begreep ik dat er bij de Apple database toch gebruik wordt gemaakt van ISRC, maar niet van de ISWC code. Bij ISRC gaat het om de identificatie van de opname (recording), terwijl het voor auteurs uiteraard gaat om de individuele werken (‘ISWC (International Standard Musical Work Code) is a unique, permanent and internationally recognized ISO reference number for the identification of musical works.’). Uiteraard zijn er verschillende opnames (ISRC) van eenzelfde werk (ISWC), maar blijkbaar zijn er daarbij heel wat inconsistenties in omloop. Nog heel veel werk op het vlak van het afstemmen van API’s dus. Blijkbaar is men ondertussen toch bezig met het uitwerken van een ‘moedercode’.

Op zich heb ik heel wat bijgeleerd, maar zoals gezegd miste ik een toekomsstrategie. De vraag werd gesteld of na YouTube ook de MySpacen, Last.fm’s en consoorten benaderd worden. Er werd inderdaad gesteld dat technologiebedrijven gecontacteerd worden, dat er onderhandelingen worden opgestart en dat er bij hardnekkige niet-betalers overgegaan zal worden tot dagvaarding. We kunnen uiteraard ook niet zomaar laten betijen, maar het is maar de vraag of dit de juiste strategie is. Het doet een beetje denken aan de RIAA die onverstoord gerechtelijke stappen blijft ondernemen, door de werkelijkheid voorbijgehold wordt en zichzelf met een alsmaar meer gehaat imago opzadelt. Actief meedenken in de businessmodellen van de toekomst is op langere termijn allicht vruchtbaarder dan conservatief zijn geconsolideerde rechten met hand en tand juridisch verdedigen.

De algemene directeur van Sabam leek zich wat machteloos te voelen bij de agressieve houding die er in de publieke opinie is ontstaan tegenover de organisatie. Communicatie is inderdaad het belangrijkste pijnpunt en hopelijk wordt er met kennis van zaken aan het strategische communicatieplan gewerkt. Zo verwart de publieke opinie Sabam met Simim (de organisatie die platenproducenten vertegenwoordigt) en was het precies die laatste die de gecontesteerde vergoeding voor kinderdagverblijven op de agenda plaatste. Sabam int helemaal niet bij kinderdagverblijven, maar heeft in de pers wel de boter gegeten. Dat krijgt Sabam dus niet duidelijk genoeg uitgelegd. En nog maar eens blijkt dat de pers niet geïnteresseerd is in enig gevoel voor nuance.

Ik onthoud ook nog een treffende opmerking van Christophe Depreter: de publieke opinie richt zijn proteststemmen, die in se het begrip auteursrecht in vraag stellen, in de eerste plaats tegen de organisatie Sabam, immers een gedoodverfde zondebok met een kwalijk imago. Misschien moet Sabam daarom niet in het defensief kruipen, maar net progressief meedenken in het maatschappelijke debat over de toekomst van het auteursrecht. Een hervorming van het hele concept dringt zich op en als dat nu eens een prioriteit zou worden van Sabam? Volgens mij alleszins een goed onderwerp waarmee de nieuwe cel ledencommunicatie (lijkt me alvast een betere naam dan ‘ledenwerving’) een zinvol debat met zijn leden kan aangaan.

Good ol’ Bob

28.08.2009 (3:53 pm) – Filed under: Dutch ::

Lefsetz legt het nog maar eens netjes uit. Eigenlijk is het hele artikel de moeite waard om te lezen. Maar het belangrijkste stuk citeer ik hieronder.

Knowing exactly who your fan is, that’s the key in the future. And so far, the acts do it better than the labels. But, if you capture the e-mail address at the point of ticket sale, and you continue to market to those who want messages, targeted missives, not spam, you can build something. But old wave thinking is short term thinking, we haven’t got time to invest in our future, we’re focused on the bottom line!

Don’t focus on albums, focus on fan relationships. A dedicated fan will want all the material, in whatever form it can be acquired. He’s going to want the bootleg and the authorized live performance. When you give away music, you don’t lose money, you invest in your future!

The Internet is the new medium. It’s not only killed physical retail, it’s put a huge dent in radio and now television. To try to corral people into old behaviors is as fruitless as getting people to refrain from buying televisions in 1949.

De auteursrechtenvereniging van de toekomst

07.08.2009 (1:14 pm) – Filed under: Dutch ::

In de nasleep van de Younison-affaire (waarover ik uitgebreid bericht heb) heb ik heel wat zitten nadenken over hoe volgens mij een auteursrechtenrechtenorganisatie zoals Sabam in de huidige digitale context zou moeten functioneren. Hoog tijd om die gedachten ook eens op te schrijven.

Op zich houdt een auteursvereniging zich al decennia lang bezig met het verzamelen en verwerken van data. Auteurs melden zich aan bij Sabam, laten hun nummers registreren en dat komt allemaal in de grote databank die Sabam over de hele wereld met haar zusterorganisaties deelt. Verder verzamelt Sabam ook informatie aan de ‘consumenten’-kant: radioplaylists worden binnengehaald, cd- en platenverkoop worden bijgehouden, concerten en feestjes worden gescreend en iedereen die een economische activiteit voert en daarbij gebruik maakt van muziek, wordt verzocht zijn financiële bijdrage te leveren, omdat hij tenslotte geld verdient door gebruik te maken van de creatieve arbeid van anderen – de auteurs die o.a. Sabam vertegenwoordigt. Tot een aantal jaar geleden was het uiteraard onmogelijk om exact bij te houden welke restauranthouder of klerenwinkel welke muziek draait en daarom was de enige mogelijkheid om uit te gaan van steekproeven, forfaitaire en billijke vergoedingen.

Ik onthoud vooral: de kerntaak van een auteursvereniging is auteurs uitbetalen op basis van verzamelde DATA.

Wat is de economische context van vandaag? De economische macht is steeds meer aan het verschuiven van de productie en distributie van fysieke goederen naar de verzameling en verwerking van… (digitale) data. Google moet op dit vlak wel zeker de meest in het oog springende speler zijn. Facebook bouwt heel zijn economische waarde op rond onze persoonlijke data. Last.fm, iLike en iTunes Genius screent ons luistergedrag om ons aangenaam te verrassen met onbekende muziek die goed aansluit bij onze muzieksmaak.

Data worden alsmaar meer een belangrijke economische munt. Bovendien doet er zich de laatste twee jaren een interessant fenomeen voor. Alle grote platformen stellen alsmaar meer hun API (Application Programming Interface) open waardoor platformen en applicaties massale stromen data kunnen uitwisselen. Ik beschouw dit als de meest recente grote golf in de internetgeschiedenis. Na de eerste generatie websites, die eigenlijk niet veel meer waren dan een uitstalraam, gevuld met al dan niet interessante content, die met elkaar verbonden werden door hyperlinks, won in de tweede generatie het sociale en interactieve contact tussen internetgebruikers alsmaar aan belang (het zogenaamde web 2.0). Mensen bouwen een online identiteit op en leggen of onderhouden contacten met vrienden en kennissen op grote platformen zoals MySpace, Facebook of LinkedIn of op talloze kleinschaligere netwerksites. Op dit moment praten niet alleen de internetgebruikers met elkaar, maar ook de platformen zijn volop met elkaar aan het ‘babbelen’. Zij wisselen voortdurend data met elkaar uit. Dit gaat gepaard met een verschuiving in perceptie over hoe men zich moet opstellen tegenover andere actoren (concurrenten) in de markt. Er is een duidelijke overgang merkbaar van een transactioneel naar een collaborationeel model. Men ziet in dat het veel voordeliger is om de data open te stellen (in plaats van ze af te schermen) tegenover andere partijen, omdat die partijen met hun eigen invalshoek en specialisme op basis van die data weer nieuwe waarde creëren, die precies de waarde van het eigen platform verhoogt. Facebook is het sleutelvoorbeeld van deze trend. Zij stelden de gegevens van hun gebruikers open voor andere applicatieontwikkelaars, die ontelbaar nuttige en minder nuttige applicaties bouwden. Er onstond een gigantische economische activiteit van bedrijven rond het Facebookplatform. Je zou kunnen argumenteren dat Facebook geld op tafel liet liggen, maar eigenlijk gunden zij het vooral andere actoren om hun graantje mee te pikken en op langere termijn was dit het droomrecept voor het gigantische succes waar Facebook nu voor staat. Facebook is groot geworden dankzij een collaborationele houding tegenover andere applicatieontwikkelaars.

Maar ondertussen zijn we ver afgedwaald van de oorspronkelijke vraagstelling: wat is de rol van een auteursvereniging in de 21ste eeuw? Uit mijn uitgebreide schets van de huidige economische context moeten we twee dingen onthouden: de toekomst is data-driven en collaborationeel. Aangezien auteursrechtenverenigingen al decennia lang data-driven zijn geweest, wil dit zeggen dat zij in dit tijdperk een top nodge dataverwerkingsentiteit moeten zijn met de meest geavanceerde IT-capaciteiten. In het laatste nummer van het Sabammagazine werd er geponeerd dat de organisatie volop gereorganiseerd wordt. De mensen met de juiste competenties moeten op de juiste plaats zitten. Er werd gesproken over kernactiviteiten en ondersteunende activiteiten zoals IT. Volgens mij is IT een kernactiviteit van Sabam en moet vooral hier een hypercompetent team aan het werk worden gezet.

De taak van dit team bestaat erin om een krachtige en gebruiksvriendelijke applicatie te schrijven, waarbij alle aangesloten leden hun profiel kunnen bekijken en updaten, kunnen zien welke sommen er binnenstromen en waar dat geld precies vandaan komt (Op dit moment bestaat er al zoiets dergelijks op de Sabamsite, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik het nog niet echt heb uitgeprobeerd. Ik moet duidelijk meer nieuwe nummers maken en registreren…). Maar nu komt het essentiële: er moet ook een API geschreven worden waarlangs externe actoren het systeem met extra informatie over muziekgebruik kunnen voeden. Het is niet nodig dat Sabam alles zelf gaat screenen en eindeloos gaat progammeren. Er zijn namelijk al genoeg data voorhanden die door bedrijven worden verzameld. Die data moeten volgens een collaborationeel model uitgewisseld worden via de API’s, want dit leidt tot een win-winsituatie voor alle partijen.

Op dit moment ontstaat er behoorlijk wat wrevel wanneer de Sabamcontroleur in een café of restaurant komt aankloppen om de vergoeding te innen. ‘Gaat dat geld wel effectief naar de artiesten en de muziek die hier wordt gedraaid? Het komt allemaal terecht bij de top-50 artiesten die toch al geld genoeg hebben’ is vaak de niet geheel onterechte kritiek. De bereidwilligheid om te betalen zou veel groter worden als caféuitbaters weten dat het geld effectief bij de juiste persoon terechtkomt. Vroeger kon men helaas ook niet beter, maar tegenwoordig is de technologie aanwezig om dit veel efficiënter te laten verlopen. In de meeste cafés komt de muziek tegenwoordig uit een computer, waar alles heel netjes kan worden bijgehouden. En zelfs als er volop met cd’s of vinyl wordt gewerkt bestaan er technologieën zoals Shazam die het audiosignaal onmiddellijk herkennen als het juiste nummer.

Stel dat de controleur binnenstapt in een café om de betaling af te handelen. Deze keer heeft hij twee voorstellen. De caféuitbater kan de forfaitaire vergoeding betalen, zoals het de voorbijgaande jaren het geval was. Maar nu is er iets nieuws: het café kan ook een Last.fm profiel aanmaken en de Audio Scrobbler installeren. Al de data van het Last.fm profiel stromen automatisch binnen in de API van Sabam en op die manier kunnen de auteurs veel correcter uitbetaald worden. Omdat Sabam deze manier van werken wil stimuleren betaalt de caféuitbater hiervoor een stuk minder dan de normale forfaitaire vergoeding. Als er niet met een computer gewerkt wordt, kan Shazam misschien een oplossing bieden. En het blijft uiteraard niet beperkt tot Last.fm of Shazam. De Sabam-inner heeft een hele lijst bij van technologieproviders die besloten hebben om de informatie die ze tracken door te geven aan de Sabam API. De caféuitbater kan kiezen welke technologie zijn voorkeur geniet. Misschien willen sommige cafés liever anoniem blijven en zien ze het niet zitten dat heel hun muziekcollectie gescreend wordt. Dan zullen ze de forfaitaire vergoeding moeten betalen, die een stuk hoger ligt. Daar gaat het allicht naar toe in onze data-driven toekomst: voor privacy zul je moeten betalen.

Maar een caféuitbater hoeft het niet noodzakelijk als een schending van zijn privacy te zien dat de muziek die in zijn café gedraaid wordt getrackt wordt. Het kan ook juist als promotie beschouwd worden. Als ik op de website van het café het Last.fm profiel zie van dat café en ik merk dat de muziek die daar gespeeld wordt voor een groot deel overeenstemt met mijn muzieksmaak (Last.fm berekent zelf de similar taste in procenten uitgedrukt), zal ik misschien eerder geneigd zijn om er binnen te gaan. Uit een grote datastroom kan iedereen zijn profijt halen: de caféuitbater, de technologiebedrijven (die immers zien dat hun applicaties steeds meer gebruikt worden), de auteursrechtenvereniging (die aan legitimiteit en credibiliteit wint) en de auteurs (die nu het geld krijgen dat ze verdienen). Dat is nu eenmaal wat het collaborationele model met zich meebrengt: winst voor iedereen.

Wat is dan de kern van de zaak voor Sabam? Een hypercompetent IT-team met programmeurs en data-analysten die de applicatie en het API-platform creëren. Wat hoeft dat te kosten? Naar mijn inschatting is een team van een zestal heel gekwalificeerde mensen, met daar bovenop wat opleiding voor de controleurs die met de nieuwe tarieven en formules op de baan moeten. Twee miljoen euro per jaar misschien? Als ik me niet vergis, 1 of 2 % van de omzet van Sabam?

Lefsetz over social networking

19.07.2009 (5:21 pm) – Filed under: Dutch ::

“People only trust their friends. So you’ve got to create friends in order for them to bring in new friends.

So stop talking about your social network marketing plans, how you’re going to spread the word via the millions posting updates and pics about their lives. Think about building a fire that will draw people to you! Embody trust. And quality. It’s a brand new world.”

Lees het hele artikel hier.