Ik zet mijn beschouwingen over het auteursrechtendebat verder na de laatste aflevering in de reeks publieke debatten en events: het gesprek dat plaatsvond tijdens Muziek Digitaal.
Tijdens deze sessie deden eigenlijk voornamelijk drie sprekers hun standpunt uit de doeken. Daarna was er nog weinig sprake van debat, niet in het minst omdat de voornaamste anti-auteursrechtstem, Joost Smiers, de zaal omwille van persoonlijke redenen moest verlaten.
Deze laatste Nederlandse professor kwam de stellingen uit zijn essay ‘Adieu auteursrecht, vaarwel culturele conglomeraten’ toelichten. Hij heeft het vooral moeilijk met het feit dat auteursrecht op dit moment de macht van wat hij noemt de culturele conglomeraten versterkt. Hij heeft het hier over de grote platenfirma’s, mediaconcerns enz. die, meestal vooral vanuit een heel mercantiel perspectief, geld investeren in artiesten of projecten. Volgens Smiers wordt deze investering precies beschermd door het auteursrecht. Als zij er voldoende promotionele middelen tegenaan gooien, krijgt hun artiest heel wat aandacht in de media en kunnen ze dankzij het auteursrecht behoorlijk snel aan de kassa passeren. Het voornaamste probleem van deze monopolistische situatie is dat het de culturele differentiatie in gedrang brengt en bij uitbreiding ook de drang tot vernieuwing en creativiteit in de meer subculturele sector van het artistieke veld.
Al hebben bepaalde monopolistische tendensen in de entertainmentsector gezorgd voor een verschraling in het culturele aanbod (denken we maar aan het gebrek aan originaliteit en authenticiteit in de hitparade), Smiers laat zich toch van zijn naïefste kant zien door te stellen dat het afschaffen van het auteursrecht alle problemen zal oplossen. Zelden is de uitdrukking ‘gooi het kind met het badwater niet weg’ meer op zijn plaats geweest.
Fabienne Brison dan. Zij schetst eerst de economische context waarin het auteursrecht in de 18de eeuw is ontstaan. Omdat het systeem van mecenaten en situaties waarin artiesten leven en zich artistiek kunnen uiten bij de gratie van hun broodheren, stilaan verdwijnt, is er behoefte aan een nieuw maatschappelijk systeem dat de creativiteit van artiesten aanmoedigt. Auteursrecht biedt artiesten een financiële bescherming die ervoor zorgt dat zij hun activiteiten professioneel kunnen uitoefenen. Een professionele artistieke sector dient immers het algemene maatschappelijke belang.
Tegenover de tegenstanders van het auteursrecht voert zij aan dat het auteursrecht weldegelijk beperkt is in de tijd en dat er tal van uitzonderingen bestaan. Volgens haar is auteursrecht geen ultiem censuurmiddel van de auteur, zoals Smiers het liet uitschijnen. Verder betoogt ze dat andere rechten, zoals het mededingingsrecht, het probleem van de culturele monopolies moeten challengen. Afschaffing van het auteursrecht is niet de oplossing.
Ze meent bovendien dat de principes van het auteursrecht overeind blijven in een digitale maatschappij. Alleen is het auteursrecht in deze tijd heel moeilijk afdwingbaar en dat ligt vooral aan het feit dat het internet de markt helemaal heeft geïnternationaliseerd, terwijl de inningsstructuren nog helemaal op een nationale leest zijn geschoeid.
Brison erkent evenwel dat het auteursrecht op een aantal punten voor verbetering vatbaar is. De internationalisering is er daar een van. Verder moet het eenvoudiger en transparanter gemaakt worden voor de gebruikers. De algemene logheid van ons rechtssysteem komt uiteraard ook de reputatie van het auteursrecht niet ten goede. Bovendien vindt ze het nodig dat de sector veel beter geïnformeerd wordt: er worden immers te veel ondoordachte meningen geformuleerd. Een gebrek aan nuancering, zeker in de media, is iets waar ook ik me al vaker blauw aan geërgerd heb.
Tenslotte komt Luc Gulinck nog eens aan het woord. Hij betoogt voornamelijk dat er sinds het ontstaan van het auteursrecht een voortdurende weging wordt gemaakt tussen materiële en immateriële eigendom. Het is maatschappelijk gezien behoorlijk evident dat een huis of een auto iemand toebehoort. Bij minder tastbare zaken zoals een idee of een muziekstuk is het veel moeilijker om de waarde daarvan te bepalen en de daarmee verbonden eigendomsrechten te gaan toewijzen. Auteursrecht probeert de waarde van immateriële eigendom vast te leggen en moet de creator van immateriële eigendom financieel beschermen. Zoals ook Brison al betoogde, stelt dat de creator in staat om zijn activiteiten op een professionele manier aan te pakken.
Volgens Gulinck wordt er vandaag langs alle kanten ingebeukt tegen het auteursrecht en worden dus bij uitbreiding de immateriële eigendomsrechten in vraag gesteld. ‘Als auteursrecht afgeschaft wordt en alle ideeën, muziek, enz. “van iedereen” zijn, zal ik dan ook maar bij jou thuis in de zetel gaan zitten?’ vraagt Gulinck zich als zelfverklaarde cryptocommunist af. Als we allemaal vrijelijk mogen gebruik maken van immateriële eigendom – of eigenlijk met auteursrecht tegelijk ook het concept immateriële eigendom ongedaan maken – waarom zouden we dat dan niet moeten doortrekken naar materiële eigendom?
Bovenal maakt Gulinck zich echter zorgen over de amateurisering van de sector. Wanneer de fundamenten van het auteursrecht ondermijnd worden, komt ook de financiële basis van de artistieke sector in gevaar. Minder geld betekent ook minder mogelijkheden om zich volledig aan zijn artistieke activiteit te wijden, met een daling van het artistieke niveau tot gevolg.
Met zijn observaties over de amateurising van de sector slaat Gulinck misschien net de nagel op de kop. Mijns insziens zorgt de digitale revolutie voor een grote dematerialiseringsoperatie. Er zijn dankzij het internet nog nooit zo veel immateriële goederen gecreëerd als nu. Iedereen blogt, filmt en fotografeert er maar op los, zit in zijn goedkope homestudio aan muziekjes te knutselen, gooit ze vol voldoening op het net en verheugt zich in de schouderklopjes van (al dan niet virtuele) vrienden. Het zijn gouden tijden voor amateurjournalisten, -fotografen en -muzikanten. Omdat er zo’n overvloed ontstaat aan immateriële goederen, daalt echter de waarde van een individueel goed: het wordt niet meer evident dat voor alle goederen betaald moet worden. Een gevolg van de economische relatie tussen prijs enerzijds en overvloed vs. schaarste anderzijds.
Is de amateurisering van de muzieksector (of de artistieke sector in het algemeen) een slechte zaak? Dat mensen steeds meer kansen krijgen om met hun ‘liefhebberij’ bezig te zijn, is maatschappelijk gezien alleen maar toe te juichen. Een en ander heeft misschien ook te maken met het feit dat de muzieksector door de toenemende ‘materialisering’ in de 20ste eeuw een beetje boven zijn normale capaciteit is uitgegroeid. Het ongrijpbare aspect van muziek werd achtereenvolgens gematerialiseerd en gecommercialiseerd door middel van partituren, fonogrammen, cassettes en cd’s, met een wat overvette muziekbusiness tot gevolg. Nu maken we allicht de tegenovergestelde golf mee: de digitalisering immaterialiseert de muziek opnieuw tot ongrijpbare bits en bytes.
Dit zal vermoedelijk leiden tot een inkrimping van de business, maar ik denk persoonlijk dat deze inkrimping vooral betrekking zal hebben op alles wat ergens rond de artistieke activiteit hangt. De vraag naar artistieke uitmuntendheid zal blijven bestaan en de toekomst voor de getalenteerde, gedreven, gepassioneerde artiest met professionele ambities zie ik minder negatief.
Ik meen echter dat het eerder conservatieve auteursrechtendiscours van Gulinck en consoorten zich niet op het juiste segment van de professionele muziekbeoefening richt. Het huidige auteursrechtensysteem consolideert voornamelijk de financiële positie van de reeds gevestigde professionele beoefenaars. Ik heb al eerder betoogd dat het huidige auteursrecht schromelijk tekort schiet in het bedienen van de nieuwe, jonge talenten die trachten de stap van amateur naar professioneel te zetten. In de huidige context (‘aandacht is de nieuwe schaarste’) is het auteursrecht veel te restrictief en daarom bedient deze jonge garde zich dan ook vaak van alternatieven zoals Creative Commons. Zoals ook reeds gezegd, is Creative Commons niet echt meer zo interessant op het moment dat je de knop wil omdraaien van ‘hoe meer het verspreid wordt, hoe beter’ naar ‘nu ben ik wel bekend genoeg, nu wil ik er stilaan centjes mee gaan verdienen en mijn investering terugwinnen’. Het verstarde auteursrecht laat dus voornamelijk de jonge veulens in de kou staan en, met alle respect voor de verwezenlijkingen van de ‘oudere garde’, het is toch in de eerste plaats van hen dat we vernieuwing en culturele creativiteit moeten verwachten.
Het is dus van algemeen gemeenschappelijk belang dat het auteursrecht herdacht en geüpdate wordt en een goede bescherming biedt voor de jonge, digitale, ‘tech savy’ generatie. Dat betekent volgens mij in de eerste plaats een flexibilisering van het auteursrecht. Het steekt me bijvoorbeeld bijzonder hard dat ik verplicht ben als lid van Sabam om mijn hele repertoire bij hen in beheer te nemen en dat zij dus ook voor elk werk tot inning overgaan. Als beginnend artiest snijd ik daarmee in mijn eigen vel. Ik wil als artiest zelf kunnen beslissen welk werk ik bij wijze van promotie vrij wil laten circuleren en voor welk werk ik wel een vergoeding wil krijgen. Ik registreer bij Sabam elk werk afzonderlijk en krijg een afrekening per werk. Hoe moeilijk kan het zijn om in de database per werk een kolom toe te voegen ‘innen/niet innen’ en om mij de mogelijkheid te geven zelf die kolom uit- of aan te vinken?
‘Het is allemaal veel moeilijker en complexer dan je denkt,’ krijg ik dan als antwoord, over het algemeen van mensen die geen flauw benul hebben over hoe een database of een computerprogramma in elkaar zit. Niet dat ik daar een specialist in ben, maar ik heb er toch een notie van. Maar het is uiteraard complex, omdat er in de wereld honderden beheersvennootschappen zijn, elk met hun eigen (allicht vaak technologisch achterhaald) systeem en het meeste gebrek aan transparantie is te wijten aan de onmogelijkheid om die systemen met elkaar te matchen (en bovendien matchen ze dan weer niet met de database van iTunes, enzovoort).
Dus ja, vereenvoudiging en internationalisering met als doel een eenvoudig, eengemaakt, internationaal systeem is de eerste prioriteit. Ik denk dat we ons hierbij vooral kritische vragen moeten stellen bij de competenties van de mensen die deze databasesystemen hebben opgezet of moeten opzetten. Als Sabamlid ben ik eigenlijk heel nieuwsgierig naar de interne keuken van de IT-afdeling. In dit tijdperk is de IT-structuur van wat in se een databedrijf is, cruciaal. Enkel de meest competente mensen zijn daar op hun plaats, zeker als dit in een internationaal perspectief wordt aangepakt. Geen geleuter meer over ‘hoe ingewikkeld het allemaal wel is’, geen excuses om zich achter te verschuilen en dan vooral niets te moeten doen. Wel een gemotiveerd, competent team dat de problemen ten volle wil aanpakken, dat een probleem als een ‘opportuniteit’ ziet, om het met de woorden van een Belgisch IT-er te zeggen.
















De hele muziekketen is ingericht door degenen die het er het meest aan verdienen. De beste lobby hebben en dus het recht (de wetten) zo hebben (laten) inrichten dat zij aan het langste eind zouden trekken. Dat doen ze nog steeds want inmiddels heeft de lobby het zelfs voor elkaar dat we zo meteen van het internet kunnen worden afgesloten wanneer we 3x op illegaal downloaden worden betrapt. Deze #3xisscheepsrecht benadering raakt het hart van onze democratische samenleving want omdat je download wordt je eventueel het recht ontzegt om je te uiten: via je blog. Je financiele transacties te doen via je bank, enz. En dat alleen maar omdat je betrapt bent op het illegaal downloaden.
Het auteursrecht dient in al zijn kracht blijven te bestaan. Juist nu internet muziekauteurs de mogelijkheid geeft zelf te kiezen. Er dient (nog) veel meer keuzevrijheid te komen. Componisten moeten kunnen kiezen, maar moeten ook veel sterker gebruik maken van de kracht en de macht die het recht/wet hen geeft. Componisten geef licenties die de illegaliteit bij de downloadende thuisgebruiker wegnemen. Help mee de illegaliteit te bestrijden door je rechten goed te regelen. Daarvoor is het lang niet altijd nodig om je bij een kollektieve rechtenorganisatie aan te sluiten! Vaak ook duur voor beginnende muzikanten.
Zorg voor business modellen zodat juist ook de kleine muzikanten doorgaan met het maken van mooie muziek.
Maak het mogelijk in verschillende licentie modellen dat auteurs kunnen kiezen en dus zelf bepalen op welke wijze ze al of niet geld willen verdienen. Of alleen maar hun muziek met anderen willen delen. Denk als kleine muzikant niet ook dat je je rechten niet hoeft te regelen. Dat komt wel als we zijn doorgebroken is hierbij een slechte raadgever. Helaas moet je constateren dat in het huis van timmerman vaak de deuren scheefhangen. In het huis van veel muzikanten is het rechtenbeheer een ondergeschoven kindje. Kies, maar vooral regel het!
Hier zijn we weer. Weliswaar een beetje verstoord omdat mijn discours “conservatief” genoemd wordt, terwijl het net gericht is op het behoud van de bodem uit ons aller bestaan, te weten een vervullend, uitdagend en vernieuwend cultureel leven. Zijn ecologisch bevlogenen dan ook conservatief?
Maar goed, Hilke, je bent op zijn minst zo fair om telkens ook meteen de ommekant van de medaille aan te kaarten. En inderdaad, in mijn discours is het auteursrecht rechtstreeks gelinkt aan professionalisme. Daarmee bedoel ik dat het o.a. een middel is dat de auteur in staat moet stellen zijn/haar boterham te verdienen, in de mate dat hij/zij zich louter aan zijn kunst kan wijden en daarin ook kan excelleren. Liefhebberij is één zaak (en inderdaad, iedereen begint als liefhebber), je wordt echter pas goed en outstanding als schrijver van songs (maar ook als loodgieter, accountant, theatermaker, universiteitsprof, …) als je je er voltijds aan kan wijden. Je vervolmaakt je als je daar de middelen en de tijd voor kan verwerven. Er bestaan weliswaar genieën bij wie het er allemaal tussen de soep en de aardappelen uitfloept, maar die zijn naar we weten niet de norm. Al de rest moet hard werken, niet alleen aan hun kunst zelf maar als ze enige ambitie hebben ook aan de zakelijke omkadering ervan.
En zo komt het me voor dat het net de loutere liefhebbers zijn die aandringen op de “flexibilisering” van het auteursrecht. Versta me niet verkeerd: er is niks mis met dilettantisme, wel integendeel, een aantal van de grootste kunstwerken uit de wereldgeschiedenis komt eruit voort. De suggesties die je doet gaan de richting uit van een auteursrecht met twee snelheden. Dat klinkt alleszins lovenswaardig, maar ik vrees dat je daarbij een aantal zaken over het hoofd ziet.
Ten eerste is het in elke normeringsomgeving zeer moeilijk – om niet te zeggen onmogelijk – om met twee snelheden te werken. De wegcode, het strafrecht, het erfrecht, mededingingdsrecht, enz.: men kan zoveel als mogelijk nuanceren en verfijnen naargelang elke mogelijk denkbare possibiliteit, uiteindelijk blijkt de ruggegraat altijd het gelijkheidsbeginsel: de gelijke beoordeling van objectief gelijke situaties. Als je dus twee snelheden/stelsels creëert in een normeringsomgeving open je de doos van Pandora, want wie zal dan beslissen wanneer het ene stelsel in de plaats treedt van het andere, en volgens welke modaliteiten? Wat bijvoorbeeld met een nummer dat je ooit met Creative Commons zonder beperkingen de wereld in hebt gestuurd, en dat achteraf – nadat je bekend bent geworden – tot je beste werk blijkt te behoren? En als dusdanig gepercipieerd wordt door de goegemeente en door een aantal handige Harry’s te pletter wordt geëxploiteerd zonder dat je er een euro aan verdient?
Het uitsplitsen van een repertoire per nummer en daarrond telkens een andere auteursrechtelijke omkadering kiezen, is gewoon onwerkbaar. Niet alleen om IT-redenen en vanuit het perspectief van de auteur, maar ook vanuit dat van de gebruiker. Die verwacht nu eenmaal dat hij moeiteloos toegang heeft tot een wereldwijd repertoire, zonder auteursrechtelijke hinderpalen. Da’s nu net de discussie die momenteel speelt op Europees niveau. En wees maar zeker dat alle auteursmaatschappijen over heel de wereld nu en in het verleden druk bezig zijn (geweest) om hun databanken met elkaar te verbinden en compatibel te maken. Maar zoals je zelf aangeeft: het gaat om honderden maatschappijen en miljoenen werken…
Er is nog een heel belangrijk aspect van het auteursrecht dat je stelselmatig over het hoofd lijkt te zien: het is geconcipieerd (in weerwil van Joost Smiers’ complotheorieën) ter bescherming van de auteur tegen economisch zwaarwichtiger exploitanten. Als je nu zo’n auteursrecht “light” zou creëren, dan kan je er van op aan dat dit door die exploitanten meteen zal aangegrepen worden als een verworvenheid. M.a.w. wie ooit onder auteursrecht “light” lankmoedig is geweest, kan nooit meer terug. Meer nog: heeft zich waarschijnlijk verplicht gezien om onder druk ook toekomstige werken zonder bescherming/vergoeding los te laten. En aldus verkrijgen die exploitanten ook verworvenheden versus andere auteurs: als Y niet toegeeft, kunnen we maar beter X nemen, want die is wél bereid zijn broek te laten zakken.
Andsers gezegd: auteursrecht is ook – en meer dan ooit – een kwestie van solidariteit (toch nog altijd een progressieve notie me dunkt) en van bescherming tegen de partij waarmee moet onderhandeld worden. En wat er ook van zij: ook in zovele andere walks of life staan wetten en praktische bezwaren in de weg om tot het ideaal te komen waarin ons in alles tegemoet wordt gekomen en waarin we alles voor de volle honderd procent krijgen zoals we het willen.
En zou een auteursrecht “light” ook niet een beetje laf zijn? Leven is nu eenmaal keuzes maken, en in dit geval ook de ambitie durven tonen dat je die bescherming verdient en nodig hebt…
Beste Luc, bedankt voor je reactie.
Ikzelf zit ergens op de wip tussen liefhebber en professioneel als het op muzikale activiteiten aankomt. Ik houd me op dit moment te veel met internet en dit soort zaken bezig om me voltijds aan de muziek te wijden en ik kan er ook niet van leven. Anderzijds poog ik professioneel te zijn, door niet alleen mijn puur artistieke activiteiten ter harte te nemen, maar ook de zakelijke aspecten van het muzikale beroep. Meer dan ooit moet je als professioneel muzikant ook ondernemer zijn. Goede ondernemers innoveren en anticiperen op nieuwe ontwikkelingen zodat ze de concurrentie een stapje voor zijn. Wie niet vooruitdenkt en liefst alles bij het oude houdt, omdat die situatie nu eenmaal comfortabel is, is op lange termijn verloren. Dat leer je in elke ondernemersopleiding.
Daarom noem ik je discours eerder conservatief. Het is behoudsgezind – wil een status quo handhaven – en bevat weinig zin voor innovatie. Mijn woordkeuze heeft niets te maken met associaties zoals conservatief/rechts/liberaal en progressief/links/solidair. Misschien doet mijn opleiding als Latinist mij vooral teruggrijpen naar de etymologische betekenis van ‘behoudend’ versus ‘vooruitgaand’.
De platenindustrie dacht bij de opkomst van Napster in 1999 dat alles wel bij het oude kon blijven als ze Napster juridisch klein konden krijgen. We weten allemaal waar hen dat gebracht heeft. Het is ook een businesstalkmantra dat grote organisaties logger worden en daardoor niet in staat zijn om snel te innoveren. Nog steeds moet je van de majors niet te veel innovatie verwachten. Het zijn de flexibele, kleine organisaties met snelle beslissingsprocedures die op het scherp van de snee opereren en disruptief innoveren. Flexibele, kleine organisaties zoals… een ondernemend artiest.
Ik wil dus innoveren en me niet laten beperken door de inertie van een logge auteursrechtenorganisatie. Ik zie niet in waarom mijn betoog zou pleiten voor een auteursrecht met twee snelheden of voor een lightversie van auteursrechtelijke bescherming. Ik vraag net naar een optimale bescherming die ikzelf als auteur zo veel mogelijk in handen kan nemen. Ik wil zelf bepalen voor welk werk en in welke periode ik financiële inning van auteursrechten opeis. Dat is pas een echte bescherming van mijn belangen als auteur. Als onbekend artiest registreer ik mijn nieuw werk, maar om mijn eigen promotionele kansen te vrijwaren vink ik het vakje ‘geld innen’ niet aan. Als ik dat op dit moment zou doen, schaadt het namelijk mijn carrière. Wanneer ik een trouwe fanbase heb verzameld en het nummer begint populair te worden, vink ik het vakje maar aan. Een publisher of platenfirma wil mijn nummer gaan exploiteren, het zaakje wordt commercieel, dus ik zet zeker ‘auteursrechten financieel innen’ op ‘on’. Als je dat niet doet, ben je gewoon dom. Net zoals je nu dom bent als je je laat wurgen in een slecht platencontract.
Dat is geen auteursrecht op twee snelheden. Dat is een systeem dat is aangepast aan de mogelijkheden en noden van deze tijd. Het staat dan Kris Wauters – om maar iemand te noemen – vrij om onmiddellijk bij alle vakjes ‘wel innen’ aan te vinken, totdat het systeem 70 jaar later zegt dat het op dat moment juridisch gedaan is met innen. Werkt allicht perfect voor hem, maar voor mij werkt het goed op een andere manier.
Weer allemaal te naïef en moeilijk realiseerbaar zeker? De webapplicatie van Sabam om als auteur mijn repertoire te beheren is qua gebruiksvriendelijkheid behoorlijk bedenkelijk. Sinds vorige week heb ik zelf leren programmeren en ik word er zo hoogmoedig van dat ik durf beweren dat ik een maand een gebruiksvriendelijkere applicatie heb gebouwd, als ik toegang zou krijgen tot de database (en dan hoop ik wel dat het MySql is, anders moet ik nog wat bijstuderen). In een wip heb ik daar een kolommetje bijgemaakt voor mijn ‘innen/niet-innen’-concept.
Niet te volgen voor de muziekconsument? Met een ietwat krachtige zoekfunctie, haal je uit die database de juiste ISWC-code op en daar hangen dan ook meteen de juiste timestamps aan in welke periode voor dit werk wel of niet te betalen was. Nu we toch afstevenen op een situatie waarin er allicht voornamelijk gestreamd wordt, is dat nog zo makkelijk. Van elke stream kan er toch een timestamp worden bijgehouden wanneer welk nummer werd afgespeeld en die timestamp kan dan gematcht worden aan de timestamps van het werk.
Ik besef wel dat het complexer is dan wat ik hier net uit mijn mouw schudt. Maar laten we alsjeblieft vooruitgaan (‘progredi’) en niet blijven zaniken hoe moeilijk het wel allemaal is en hoe prachtig het vroeger toch altijd gewerkt heeft.
Het database systeem van Sabam is oraclebased. Ik ken een persoon die anderhalf jaar er aan gewerkt heeft om het te programmeren…
Nu, wat dat aanvinken betreft, ik vind het een vreemd concept.
Je betaalt Sabam geen lidmaatschap, als je lid bent, dan ben je zelf een stukje van Sabam. Wat verwacht je dat we doen met/voor jouw nummer als je het aangeeft maar niet laat innen?
Dat je juridische bescherming krijgt ingeval van plagiaat? Die advocaten kunnen we dam wel betalen met het percent dat we verdienen op de inning van Kris Wauters’ repertoire?
Je kan ook je nummers niet aangeven. Wanneer een dj, coverband of radio dan aan Sabam melden dat ze dit nummer geëxploiteerd hebben, krijg je de melding van Sabam
dat ze geen weet hebben van dit nummert en dat je niet uitbetaald wordt.
En daar knelt het schoentje: er is wel geint. “Betalers” hebben momenteel geen manier om tegen Sabam te zeggen: x% van wat we brengen is creative commons, public domain, of is gewoon buiten repertoire.
Hopelijk komt daar verandering in.
Maar wat dan met dat vinkje? Mensen die in eer en geweten er vanuit gaan dat ze jouw -niet te innen- nummer gebruiken weten niet wanneer jij de schakelaar overhaalt.
Iemand covert jouw werk, en die cover wordt gebruikt in een film. Een half jaar later zet jij je vinkje aan, en wat verwacht je dan dat er gebeurt ?
ik geloof dat er praktisch heel wat problemen zijn die er voor zorgen “dat het niet zo eenvoudig is”. Los van de database.
Ik wil niet scherp overkomen, want ik heb misschien wat veel vragen gesteld in deze reactie, en dat kan bits lijken. Wijt dat aan mijn ongeoefende pen.
Ik ben geen latinist hè, gewoon een muzikant
@Vandueren