Een paar weken geleden was ik aanwezig op de jaarlijkse bijeenkomst van de GALM, het Genootschap Auteurs Lichte Muziek. Een beetje een wufte naam (genootschap???), maar wel een mooi acronym. Dit is een soort beroepsvereniging voor ‘auteurs lichte muziek’, dat wil zeggen voor alle componisten en liedjesmakers uit het ‘lichte’ genre. De vereniging wil de belangen behartigen van deze beroepsgroep bij allerlei instanties, zoals o.a. SABAM. Men wil ervoor zorgen dat door goed overleg de sector kan spreken ‘met één stem’. Hetzelfde doel heeft eigenlijk Younison, een community die werd opgezet door de kerels achter de Wack Attack Barack. De twee initiatieven staan eigenlijk wat los van elkaar (Younison heeft ook wel een Europees perspectief) en er is ook een zekere ‘dissonantie’ merkbaar in de standpunten. Om te beginnen mocht Kelvin van Younison het al eens komen uitleggen op de bijeenkomst van de GALM.
Er waren twee topics: de nieuwe wet die allicht binnenkort wordt goedgekeurd over het fiscale statuut van auteursrechten (goed nieuws!) en als tweede de nieuwe uitdagingen die zich opdringen sinds de komst van het internet.
Een weergave van de discussie lijkt me niet zo van belang. Uiteindelijk hadden alle partijen dezelfde doelen voor ogen, ook al was het met andere accenten. Ik zou het als volgt willen samenvatten. We moeten enerzijds de realiteitszin hebben om te beseffen dat regulering niet zo ontzettend snel gaat en dat we voorlopige maatregelen in het belang van de auteurs zo lang mogelijk bestendigd moeten worden tot er betere oplossingen zijn. Anderzijds moeten we ook onze ogen open houden voor wat de toekomst brengt en eerder anticiperen op nieuwe ontwikkelingen dan dat we overal te laat komen.
Op zich ben ik aan deze post begonnen om enkele topics aan te snijden die volgens mij de moeite waard zijn om verder over na te denken. Ik heb het uiteraard niet allemaal zelf uitgevonden: het is een reflectie van een aantal zaken die ik de laatste twee jaar heb gelezen. De conclusie moet zijn dat er een aantal elementaire principes van auteursrecht op de helling gezet worden en herdacht moeten worden.
De eerste zin van een artikel van Kevin Kelly dat redelijk wat heeft teweeggebracht, luidt simpelweg: “The internet is a copy machine.” Op zich vat dat ook de kern samen. De informatie die over het internet verspreid wordt, wordt telkens opnieuw gekopieerd. Ze staat oorspronkelijk op een of andere server en wordt oneindig keer gekopieerd bij elke download (in de zogenaamde ‘cache’) en passeert onderweg nog heel wat plaatsen waar een reservekopie achterblijft. Bovendien zijn al die kopieën helemaal gratis. Dat is uiteraard een problematische situatie, wanneer we het hebben over auteursrecht en zeker over het economisch valoriseren van auteursrecht, want dat is uiteindelijk wat beheersvennootschappen zoals SABAM doen. Het Engelse woord voor auteursrecht is niet voor niets ‘copyright’. In de pre-digitale wereld verleenden auteurs het recht om kopieën te maken van hun werk, tegen een bepaalde vorm van betaling. Wat doen we als het basissysteem van internet bestaat uit gratis, ongelimiteerde kopieën? Werkt de procedure van ‘licenties’ dan nog?
Een gevolg daarvan is dat we als auteurs de controle verliezen over wat er gebeurt met onze werken, met onze ‘content’. ‘The end of control‘ is het adagium van een boek/blog van Gerd Leonhard. ‘Content creators’ verliezen alsmaar meer de controle over hun werk en die komt stilaan in de handen van wat Leonhard ‘the users formerly known as customers consumers’ noemt. De users bepalen welke muziek ze tot zich nemen, in welke context, stellen hun eigen playlist samen, delen hun muziekcollectie, hebben honderd mogelijke kanalen om mond-aan-mondreclame te doen, maken een remix, enzovoort. Hoe moeten we daar als auteurs mee omgaan?
In het verleden kon je natuurlijk veel makkelijker je werk beschermen en ‘controleren’, zeker als jouw werk als kwalitatief genoeg werd beschouwd om het commercieel te gaan exploiteren. Het kopiëren en distribueren van muziek was een moeilijke en relatief dure zaak en bijna volledig in handen van een aantal grote firma’s. Er was dan ook (relatief gezien) weinig muziek te verkrijgen en de verspreiding van de schaarse muziek die voorhanden was, was ook makkelijk te controleren. Tegenwoordig is dankzij het internet alles en overal verkrijgbaar. Er is geen schaarste meer, maar overvloed. Dat zorgt niet alleen voor een verlies aan controle, maar ook voor een heel nieuw perspectief over hoe je je werk commercieel gaat valoriseren. ‘Availability’ is niet langer het probleem van een artiest, maar ‘awareness’. Mensen moeten tussen die hele overload aan muziek jou kunnen vinden, ze moeten weten DAT JE BESTAAT. Als je nog relatief onbekend bent, moet eerst de informatie over jou (de talloze kopieën van je content) onbeperkt kunnen stromen en ben je er hoegenaamd niet bij gebaat dat beheerders van allerlei websites illegaal je content aanbieden, omdat je eigenlijk aangesloten bent bij SABAM en dat dus ‘niet mag zonder toestemming’. Maar op een bepaald moment bereik je voldoende ‘awareness’ en wil je die toch eens gaan omzetten in economische waarde. Hou zouden beheersvennootschappen zoals SABAM op die situatie kunnen en moeten inspelen? Hoe kunnen ze in toekomst de belangen van de auteurs het beste behartigen?
















Leuk verslag Hilke en fijn om het eens op een andere manier te lezen. Klein detail, de fameuze onliner is the users formerly known as consumers, ipv customers.
Dankjewel voor de oplettendheid, Thomas. Ondertussen ‘customers’ vervangen door ‘consumers’.
En verder wat nieuws uit Nederland, Buma/Stemra verliest zijn monopolie. De auteursrechtenwereld is aan het bewegen.